to FG's Homepage

Alfred Rauber, gepensioneerd wiskundeleraar uit Saarland (Duitsland), is mischien wel de beste westernruiter van ons continent. Tenminste, dat vindt Ben Tutert, zijn grootste Nederlandse fan. Het is dat Rauber om gezondheidsredenen niet aan competities deelneemt, anders zou hij ons eens wat laten zien. Ben haalde zijn idool naar ons land voor een clinic. Is er een paardengoeroe bijgekomen?

Verslag: Frans Goddijn

‘Ik rijd op een paard, niet op een kop met een deuk erin!'’

Even de weg vragen. Een villa langs de lange oprijlaan van landgoed Balkenschoten. Twee grote, lenige honden lopen vrij over het terrein en komen dansend en blaffend op me af. Een ander zou er bang van worden, maar ik ben immers paarden gewend? Die zijn nog groter. `Ze doen niets hoor!', roept een oude dame vanuit de keuken, een seconde voordat de eerste hond met een klap zijn kaken op mijn knie zet. Au!

Ik bof: de tweede hond wil ook toehappen maar de eerste hond ziet mij als zijn eigenste kluif en terwijl ze met elkaar bekvechten, kan ik wegsluipen. Het bazinnetje roept haar honden tot de orde, maar daar trekken de twee zich niets van aan.

Skippybal
Een paar honderd meter verderop vind ik de stallen waar Gilly en Brigitte hun Arabieren fokken en trainen. Een jonge hengst speelt in de weide met een skippybal. Even lenig en wendbaar als de honden van daarnet springt en hapt hij naar de bal, werpt hem van zich en af rent erachteraan.

In de grote buitenbak is Alfred Rauber aan zijn clinic begonnen. Een Duitser met een fascinatie voor het western rijden op Arabieren. ``Arabische faszination'' heet het Duitse blad waarin hij artikelen schrijft over de technische finesses van het western rijden. Voor we persoonlijk met Rauber kennismaken zien we hem aan het werk met een aantal westernruiters die 150 gulden hebben betaald om vandaag verder te komen als ruiter of om problemen met hun paard op te lossen.

Gastheer is Ben Tutert. Ben is net twee jaar bezig in het western rijden maar sinds hij Rauber ontmoette gaat hij met sprongen vooruit. Toen hij Rauber een keer in Duitsland bezig zag `paste de sleutel perfect op het slot', aldus Ben. Zoals deze man het deed, zo hoorde het. De lessen van Rauber pakten goed uit en met zichtbaar gemak en plezier rijdt, wendt en keert Tutert zijn paard.

Ontevreden
Rauber, een slanke heer met cowboyhoed, is niet erg tevreden over de ruiters om hem heen. Vanaf het eerste ogenblik dat je op je paard stapt, moet de volle aandacht van het paard bij jou zijn. Een nerveuze amazone op een zwarte hengst heeft dat niet goed door. `Je paard is overal, maar niet bij jou!' voegt hij haar toe.

Wie complimenten verwachtte heeft het mis. Daarvoor is Rauber niet 500 kilometer uit Duitsland komen rijden. Wie verwachtte dat Rauber mee zou doen aan de rage van ``natuurlijk paardrijden'' met zo min mogelijk hulpmiddelen zit er ook naast. De ene na de andere amazone krijgt te horen dat het haar ontbreekt aan de goeie spullen. `Jouw paard accepteert niet dat jij op hem rijdt,' is zijn diagnose bij een paard dat zich niet wil ontspannen, en Rauber schrijft een martingaal voor. `Je zult zien dat je dan een heel ander paard hebt.'

Een volgend meisje wordt teruggefloten. Ze rijdt haar onrustige paard met een `side-pull', een leren beugeltje om de neus in plaats van een bit. Het paard is moeilijk uit de galop terug te krijgen, en met een bit is dat nog lastiger. Zo kun je niet rijden, vindt Rauber. Het lijkt zachtaardig maar op deze manier kom je nergens. Neem een dunne stang en leer je paard daarmee te rijden. Rauber heeft een assistent meegenomen om te laten zien hoe het moet. Het paard krijgt een scherp bit in en de assistent bestijgt het paard. Gaat het nu beter? De een vindt van wel, de ander weet het nog niet.

Kick him!
`Schop dan! Het is een hengst hoor, hij k‚nt de taal!' is het tegen een ander. Nee, wie hier is gekomen voor een paardenfluisteraar, een goeroe die in het Engels met een Duits accent oreert over de tere paardenziel, die is aan het verkeerde adres. Beter rijden leer je niet bij de open haard, bij de mystiek van de verstandhouding tussen paard en ruiter, maar bij de heel eenvoudige en tegelijk o zo moeilijke zaken als ontspannen rechtop in het zadel zitten, rust in de hand en druk op de benen.

`Rijden begint in de nek,' aldus Rauber. Daar, vlak achter de oren moet het paard ontspannen zijn. Zit daar spanning, dan is het hele paard gespannen, is het daar ontspannen dan kun je heel het paard besturen. Een goede hoofdhouding en een recht paard zijn het allerbelangrijkste. Om het voor te doen stapt Rauber nu zelf op de zwarte hengst, het paard uit de groep dat hem de hele dag het meest zal bekoren. Na een paar minuten waarin de hengst eerst probeert onder de man uit de rijden, volgen de harmonische momenten. Een paar eerste passen van de spin worden trefzeker neergezet.

Onder het publiek vind ik Jeanet Tibout, een western amazone die het liefst had meegedaan aan de clinic die plaatsvindt onder auspiciën van de pas opgerichte DAWRA, de Dutch Arabian Western Riding Association. Van haar drie paarden zijn er echter twee kreupel en eentje is onderweg door de trailervloer gezakt. Volgens Jeanet zijn er niet zoveel verschillen tussen western rijden en de Engelse dressuur. Je komt dezelfde moeilijkheden tegen: zo soepel mogelijk moet de neus omlaag, de rug omhoog en de achterhand eronder. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Opstand
Nu ontstaat er een felle discussie tussen Rauber, cursisten en publiek. Een amazone die weigert een scherper bit te gebruiken vindt dat Rauber zijn argumenten daarvoor moet aanscherpen, een man uit het publiek roept dat haar paard geen bit nodig heeft maar een kruidentherapeut `want jouw paard lijdt pijn!' en Rauber vindt dat de amazone haar handen thuis moet houden: `je kunt beter je handen rustig houden aan een scherp bit dan dat trekken, trekken, trekken wat je nu doet!'

De tolk, een leraar Duits die het Karl May-Engels van Rauber in het Nederlands moet vertalen, raakt de kluts kwijt. Iedereen is in de ogen van de ander volkomen verkeerd bezig en Rauber zelf staat er wat verloren bij. Volgens hem zijn Arabieren droger in de mond dan andere rassen en accepteren ze daarom minder makkelijk een standaard gebroken bit. Ze kunnen er niet zo fijn op sabbelen als de meeste andere paarden. Daarom vindt hij een stang beter, ook doordat een stang, vanwege de scherpere inwerking, de ruiter uitnodigt tot minder mondactie. Daarmee wordt een stang vriendelijker dan een watertrens. In het gekrakeel zijn er maar weinigen die zijn verhaal meekrijgen. Gastheer Ben Tutert grijpt in en beslist dat er later op de dag zal worden gediscussieerd, nu wordt er eerst gereden en geluisterd.

Gilly, de helft van `Gilly & Brigitte' Arabierentrainers, heeft het schouwspel met kromme tenen gevolgd. Hij kent Rauber sinds tien jaar als de eerste die Arabieren zag als goede RIJ-paarden, en dan vooral voor de western sport. Sindsdien is Rauber een goede klant die af en toe langskomt en in enkele minuten besluit welke Arabieren hij koopt om thuis in Duitsland klaar te maken voor de verkoop als allround western rijpaard.

In de pauze, als we hem persoonlijk spreken, blijkt Rauber niet geschrokken van de korte opstand die tegen zijn aanpak was uitgebroken. `Hoewel me zoiets in Duitsland nog nooit is overkomen.' Als leerlingen in Duitsland komen om wat te leren, komen ze om te leren, niet om te discussiëren. Duidelijk.

Betere gangen
Waarvandaan komt Raubers fascinatie voor Arabieren in de westernsport die immers door de Quarter Horse wordt gedomineerd? `Met de Arabier kun je alles doen wat je met een Quarter Horse kunt, alleen heeft een goed getrainde Arabier alijd betere gangen. Ook is een Arabier lichter. De Quarter is bijna altijd stugger, al blijft het een kwestie van smaak.'

Nu nog is de Quarter in de reining, met zijn lange harde sliding stops, onoverwinnelijk, maar over 10 tot 15 jaar kunnen de meeste Arabieren dat volgens Rauber ook. Vandaag de dag vormen de betere Arabieren nog een minderheid in Europa waar aanhangers van Quarter en Arabier elkaar verketteren. Elk vindt zijn eigen ras het beste... Een goed getrainde Arabier moet minimaal 50.000 gulden kosten, aldus Rauber.

Rauber is niet misselijk in zijn uitspraken. Volgens hem heeft slechts een procent van alle Quarters soepele gangen. Ze scoren wel in scherpe bochten en spin, en de stop gaat spectaculair, maar een viertakt lope zie je zelden. De Arabier daarentegen wil uit zichzelf graag mooi gaan, met ritme en regelmaat. `De Arabier is de ``best mover'', de vliegende galopwissel kent elke goeie Arabier, al zou ik voor reining nu nog een Quarter nemen.'

Egyptenaren zijn gek
Niet alle Arabieren zijn goed. Sterker, `alle Egyptenaren zijn gek!' Zij fokken Arabieren louter en alleen op de mooie koppies, de fameuze deuk in de neus. Dat er een rechte rug als een schoenendoos achter zit en een kont van niks doet er voor de Egyptenaren niet toe. `Maar ik rijd op een paard, niet op een kop met een deuk erin!' De `horseman' is een zeldzaam verschijnsel in de Arabische landen. `Paarden zat, maar paardenmensen vind je er niet.' Bij de Quarters gaan Amerikaanse fokkers trouwens net zo de fout in. De `big fat Quarters' met hun smalle hoefjes en dunne beentjes in de halterklasse geven net zulke problemen.

Verschillen
`In de Engelse dressuur rijdt jullie Anky precies hetzelfde als onze Isabell, maar bij western rijden zijn er grote verschillen'. In de dressuur is er altijd teugelcontact, altijd controle vanuit het zadel. Bij het western rijden wordt de oefening alleen *ingeleid*, het is de bedoeling dat het paard de rest doet. Volgens Rauber gaapt er overigens een groter gat tussen het western rijden van Europa en Amerika dan we denken. `Europa is kleiner, Amerika is groot en ruim. In Amerika is zat ruimte om te rennen, wij moeten bij gebrek aan ruimte meer in verzameling rijden. En in de Verenigde Staten zelf zijn er ook verschillen. Van het oude western rijden in het oosten, waar de paarden meer uitgestrekt worden gereden naar het westen waar western-nieuwe-stijl wordt ontwikkeld, met een verzameling zoals wij uit de Engelse dressuur kennen.

Rauber heeft zich erover verbaasd dat er door zijn leerlingen van vandaag zo weinig sporen worden gedragen. `De ruiters kloppen bij elke stap met hun hak op de buik, zonder dat het ergens toe leidt, maar een pittig stel sporen vinden ze gemeen. `Ook ik ben tegen geweld, maar zonder ‚nige dwang bereik je niets. Pak nou die sporen, zeg ik, geef je paard ‚‚n keer een peut en houd je voeten verder stil!'

Schumacher in boodschappenkar
Doordat het niveau van ruiters en paarden vandaag niet erg hoog is, voelt Rauber zich wat gehandicapt. Hij kan niet echt laten zien wat je met Arabieren in het western rijden kunt bereiken omdat zowel de paarden als de ruiters de beginselen nog onder de knie moeten krijgen en zelfs daar nog over twijfelen. `Ik voel me net als Schumacher die autorijles moet geven in boodschappenkarretjes. Maar het geeft niet, deze ruiters gaan voor hun plezier rijden en plezier zullen ze genoeg beleven.'

Wakker geschud
Ben Tutert heeft intussen weer veel geleerd. De voorwaarde voor een goede stop is een goede `lope' met hoge schouder en lage kont. Glunderend laat hij het zien. Voor hem is de lesdag geslaagd. Ook voor een amazone die ik spreek: `Ik ben van mezelf nogal lui, en mijn paard ook, dus we hebben iemand nodig die ons aan het werk zet. Rauber is lekker streng voor ons geweest!' Als wiskundeleraar zal Rauber weinig hebben gediscussieerd met zijn leerlingen en ook als rijleraar zegt hij precies waar het wat hem betreft op staat. Van een goed gesprek ga je niet beter rijden, daarvoor moet je leren luisteren en heel veel oefenen. Dat is zijn methode. Net als bij wiskunde.

Een leraar is goed dankzij goede leerlingen. Met die wijsheid op zak keer ik huiswaarts. Eerst nog voorbij die honden zien te komen.

Frans Goddijn


(Dit artikel is in 1998 gepubliceerd in BIT)


This page is linked to the home page of Frans Goddijn.
Frans Goddijn, Postbus 30196, 6803 AD Arnhem
(<frans@goddijn.com>)
Updated May 11, 2003