to FG's Homepage

Terschelling, augustus 1998
Frans Goddijn & Jacoline van Weelden

In de bomvolle bus die ons vanaf de haven van Terschelling naar ons manegehotel brengt zitten veel jongeren. Ze zijn met rugzak en tent onderweg naar de camping. Twee jongens monsteren twee meiden en knopen een gesprek aan. Ze vragen of de meisjes kookspullen mee hebben. Nee, die hebben ze niet, ze gaan een weekje friet eten. `Wij ook,' zegt een van de jongens, `maar we gaan eerst drinken'. `Zuipen als een dolle!' roept zijn vriend. Wij kijken elkaar aan. We komen voor onze rust en voor het paardrijden... is Terschelling een zuipeiland?

Dat blijkt mee te vallen. Halte na halte stappen er kinderen uit bij de diverse pretcampings. Ze zetten hun tentje op, bouwen een muur van bierkratten en houden er al drinkend de wacht. Ze verlaten hun post alleen om patat te halen of om bij buren een pilsje te pakken.

Boven alles is Terschelling een paardeneiland. De hoofdweg is maar 13 kilometer lang, maar daaromheen lopen meer dan zeshonderd paarden. Er zijn veel weilanden en tussen de koeien, schapen en geiten zie je overal waar je maar kijkt paarden, paarden en nog eens paarden. Om de paar honderd meter staat wel een bordje dat er rijpaarden te huur zijn of dat er in een koets of huifkar gereden kan worden. IJslanders, Friezen, Groningers, Haflingers, het loopt er allemaal en je kunt er nog op ook.

Twee officiële maneges telt Terschelling, waarvan een met een binnenbak. In de laatste logeerde het BIT-team, in `De Barrage', net buiten het dorpje Hoorn, op het oostelijke deel van het eiland. Onder het puntdak van een grote manegehal vinden we de ruime binnenbak met aan de ene lange zijde boxen en stands, aan de overkant het eetcaf‚ en hotelkamers en aan een korte zijde nog meer hotelkamers. Wie hier logeert moet wel van paarden houden, want je ziet en hoort ze overal ('s nachts zijn de meeste paarden in de weide, dan is het vrij rustig).

Vanuit het eetcafé‚ kijk je uit op de binnenbak waar 's zomers vooral beginners hun eerste lessen krijgen. Vrolijke kinderen, recht in het zadel, teugels hoog, die als het paard stilstaat roepen `Hij doet het niet!' en een enkele volwassene met spijkerbroek en gympies die met gebogen rug zo goed en zo kwaad als het kan probeert de draf uit te zitten. Voor instructrice Sandra zijn het lange, vermoeiende dagen. Met vakantiegangers die maar een of twee lessen nemen kun je weinig opbouwen. Hoewel, als ze vaker komen en je ziet dat ze echt vooruit zijn gegaan, dan is het wel leuk. `Dat heb ik ze toch geleerd', denk je dan.

Het bedrijf bestaat al een poosje en de lessen voor vaste bezoekers stonden hoog aangeschreven, maar het horecagedeelte raakte wat in het slop tot twee jonge Terschellingers, Gerko van Doesburg en Jort van Deelen `De Barrage' in april van dit jaar overnamen van de vorige eigenaars. Jur, de instructeur van lokale faam keert dit najaar terug.

Voor Gerko, de lange, energieke horecaman, was de paardenwereld nieuw. Als geboren Terschellinger zag hij wel veel paarden maar hij had er nooit iets mee te maken tot hij met Jort aan deze zaak begon. Nu rijdt hij voor zijn plezier aangespannen, met een klein rijtuig over het eiland. Jort daarentegen is derde generatie paardenman. Nooit les gehad, maar altijd gereden. Opa was paardenhandelaar en marktkoopman in tuigage, vader en broer zijn hoefsmid. Klein van stuk, beresterk en zo nuchter als een Fries maar kan zijn leidt Jort het paardengedeelte van het bedrijf.

Het eetcafë is informeel, alsof je in een manegekantine zit. De gerechten gaan van Hollandse pot tot Indische rijsttafel, de toetjes van kinderijs tot mango-perzikmousse. De appel-kaneel pannenkoek smaakt ook prima.

Wij komen voor drie nachten en we boeken elke dag ritten onder begeleiding van Jort of Sandra. Een uur na aankomst zitten we al in het zadel en kort voor vertrek stappen we af. Wat valt er te zeggen over het rijden op dit eiland? Wij kunnen er gewoon geen genoeg van krijgen! De bijzonderste tocht is wel een rit van 4,5 uur, waarbij we een heel groot deel van het eiland doorkruisen. Elke rit begint tussen weilanden door, omdat `De Barrage' daar middenin ligt. Vervolgens kun je al snel afbuigen naar het bos en langs een van de vele kleine campings doorsteken naar de duinen, waar in augustus de hei al in bloei staat. Ook de cranberrys, een aangespoelde Amerikaanse bes, die zich op Terschelling heeft `genesteld' en waar het eiland om bekend staat, bloeit volop.

Via de duinen kom je vanzelf bij zee. Hoewel, als je per se niet naar het strand wilt, kun je kiezen uit de talloze ruiterpaden die er zijn en die je over het hele eiland voeren, behalve over de Boschplaat, het natuurgebied dat volgens de kaart zelfs een Europees natuurmonument is. Een glimp ervan kunnen we opvangen, doordat er een ruiterpad vlak langs loopt.

Maar de zee trekt ons het meeste, en tijdens al onze ritten zijn we er dan ook terecht gekomen. Elke keer opnieuw is het een sensatie om te paard het duin over te gaan en samen de zee te zien, te horen en op te snuiven. Even is het alsof je niet in een groep, maar alléén met je paard bent. Het strand ligt er ook 's zomers rustig bij, en bij eb strekt zich langs zee een brede stevige natte vlakte voor je uit, waarop het heerlijk galopperen is!

Jammer genoeg zit er in die natte vlakte ook de reden verstopt waarom we niet zomaar met ons tweetjes een paar leuke paarden kunnen huren om er samen op uit te trekken. `Klapzand' wordt het verschijnsel genoemd, stukken glanzend nat strandzand waarin de paardenbenen opeens diep kunnen wegzakken. Het paard slaat om en komt, als het lot tegen zit, op de ruiter terecht.

Afgezien daarvan is er n¢g een belemmering voor het meegeven van huurpaarden zonder begeleiding. Hoe weet je of de ruiter die zichzelf `ervaren' vindt, genoeg ervaring heeft om een paard in zijn eentje door het landschap te loodsen? In de binnenbak kun je mensen laten voorrijden, maar in de bak twijfelt het paard niet aan je autoriteit, waar het paard dat wel zal doen voor een drukke verkeersweg en op het pad waar een tractor langs komt rijden. En hoe weet je zeker dat de combinatie niet in de problemen komt op het strand waar bestuurbare vliegers aan scherpe kabels over het strand razen en waar vissers onzichtbare maar sterke lijnen richting zee hebben gespannen? De paarden zijn het bedrijfskapitaal van Gerko en Jort en ze zijn er zuinig op. Begrijpelijk, maar *wij* hadden er natuurlijk wel graag zonder begeleiding op uit gewild...

Bij zowat elke rit die we maken zit er wel een deelnemer die onderweg moet toegeven dat de `ervaren ruiter' van het makke manegepaard thuis, problemen kan hebben op een jong fris paard in de vrije buitenlucht op het onmetelijke strand. Tijdens de 4,5 uursrit is er een stevig gebouwde vrouw die `veel heeft gereden' maar die nu toch wel moeite heeft met het draven en die de galop eigenlijk wel erg vreeswekkend vindt! Aan het einde van de middag is zij gebroken en de rest van de week blijft het paard in de weide met een paar drukkingen door het gebluts en gebots in het zadel...

Zielig, vooral voor het paard. Intussen hebben wij volop plezier. We rijden op allerlei paarden, van slank en hoog tot laag en breed, meest jonge paarden. Doordat de meeste paarden nog niet lang onder het zadel zijn --sommige nog maar enkele maanden-- merk je weinig van het afgestompte dat managepaarden weleens kunnen hebben. De paarden krijgen veel krachtvoer en ze staan 's nachts buiten in grazige weides, zodat ze conditie genoeg opbouwen om werkdagen van zes uur of meer te maken.

Tijdens een lange tocht zijn er genoeg pleisterplaatsen te vinden, zoals `Heartbreak Hotel', het laatste strandpaviljoen op het oostelijk deel van Terschelling. Een vijftiger-jaren inrichting vol attributen uit de tijd van de nozems: `Back to the Future'. Ook `Kaap Hoorn', aan de luwe zijde tegen het duin ter hoogte van Hoorn, is een prima plek om even met je paard te stoppen. Je rijdier kun je er aan een paal binden terwijl je op het terras of binnen wat gebruikt. Tijdens ons verblijf kan dat eventjes niet, want een Shetland pony heeft de aanbindpaal uit de grond getrokken... Het sfeervolle restaurantje is meer dan een simpel duinpaviljoen, al heeft het de eenvoudige charme ervan behouden en moet het elk jaar voor 4 maanden afgebroken worden om de natuur zich te laten herstellen. Aanrader: Mexicaanse taco, een warm en pittig-zoet gerecht bedolven onder ijsbergsla met crême fraiche.

Af en toe komen we op de rit politie te paard tegen, met z'n twee, in hemdsmouwen. Zo in het zonnetje, relaxed, mensen groeten... die pet past ons allemaal!

Als je aan de kop van een groep ruiters gaat rijden, heb je trouwens niet veel `last' van de sleep die er achteraan komt. Je klets wat met Sandra of Jort en zo hoor je nog eens wat over het eiland en de bewoners. Wie echt kan rijden, mag er tijdens de rengalop op het strand ook wel eens `vandoor'.

Jort reed af en toe ongezadeld mee op een jonge Fries, die nog niet zo gewend was aan de buitenritten en dus overal van schrok. Dat schrikken nam trouwens snel af doordat zijn berijder zo kalm en onverstoorbaar bleef, niet boos werd maar wel duidelijk de touwtjes in handen hield. Zo vond hij zelfs af en toe tijd om een shagje te rollen en op te roken. `Dan kan er gewoon niks aan de hand zijn!' moet de Fries gedacht hebben.

De leukste rit beleef ik op Piet, een lekker groot en breed jong paard, kruising tussen een Belg en een Groninger. Een schimmel met rood hoofd en rode voeten. Ik dacht dat hij wat lomp en lui zou zijn, maar ook na een urenlange rit is de minste druk al voldoende om Piet in de typische dansende draf van het tuigpaard te laten gaan. En de galop op het strand is een feest: met vijf meer ervaren ruiters laat Jort ons voor de rest van de groep uitrennen. Piet laat de vier slankere paarden eerst voorgaan, maar als ik hem dan met de vlakke hand een tik op zijn dikke nek geef en `PAK ZE, PIETJE!' in zijn oren roep, begint hij aan een snelle inhaalrace. Met grote hoge sprongen klauwt Pietje met zijn brede benen en grote zware hoeven door het zand en sprong na sprong komt hij dichter bij de voorste combinatie. Als we daar zijn, durft Piet niet echt vooraan te rennen, maar met stoere bokbewegingen probeert hij het andere paard wel te imponeren en opzij te duwen. Het voelt aan alsof ik op een bronzen monument ben geklommen, een gebeeldhouwd paard dat nu ineens tot leven is gekomen. En wat een leven! Wat een vrolijke kracht!

Het allermooiste is het om er met je eigen paard te rijden, maar de jonge, gevoelige en redelijk betrouwbare paarden van `De Barrage' zijn een heel mooi alternatief. Het eenvoudige hotel, aangevuld met sfeervolle restaurantjes in de omgeving, biedt meer dan genoeg culinair genoegen. Je eigen paard kan ook in `De Barrage' logeren. Op dit uitermate paardvriendelijke eiland zijn voldoende ruiterpaden en de bezoeker die wil rijden heeft het voor het kiezen.



(Dit artikel is in 1998 gepubliceerd in BIT)


This page is linked to the home page of Frans Goddijn.
Frans Goddijn, Postbus 30196, 6803 AD Arnhem
(<frans@goddijn.com>)